De klassieke opbouw, in 5 stappen, met een echt voorbeeld erbij.
Een goed sinterklaasgedicht is niet moeilijk als je de vaste opbouw kent. Het probleem is meestal niet het rijmschema, maar dat je vastloopt op het vierde of vijfde rijmwoord en dan in paniek iets verzint dat nergens op slaat. Volg deze stappen en dat gebeurt niet.
Schrijf 3 tot 5 concrete, herkenbare dingen op: een hobby, een eigenaardigheid, iets wat dit jaar gebeurd is. Hoe specifieker, hoe minder het gedicht op elk ander sinterklaasgedicht lijkt.
Plagerig, braaf of absurdistisch: maak die keuze vooraf en houd hem vast. Een gedicht dat halverwege van toon wisselt, voelt onrustig.
Begin met een variatie op "Sinterklaas zat te denken" of "Sinterklaas keek eens in zijn boek", gevolgd door de naam. Dit signaleert meteen: dit is een sinterklaasgedicht.
Werk elk feit uit tot twee regels die op elkaar rijmen (AABB). Kom je er niet uit met een rijmwoord? Verander de hele regel, niet alleen het laatste woord.
Eindig met een wens voor het cadeau of het nieuwe jaar, ondertekend door "Sinterklaas" of "de Sint".
Een niet-bestaand woord valt meteen op, ook als het overtuigend klinkt. Kies liever een half rijm met een écht woord.
"Want hij het cadeau graag wil" in plaats van "want hij graag het cadeau wil" klinkt krom. Herschrijf de regel liever helemaal.
Geen kerstboom, kerstman of sneeuw in een sinterklaasgedicht. Dat verwart de sfeer.
Input: "Voor mijn collega Bas, is dol op koffie, altijd de eerste die stopt met werken op vrijdag"
Sinterklaas keek eens goed in zijn boek, bij de naam van Bas vond hij al snel de hoek. Koffie is voor hem heilig, dat weet iedereen, zonder die eerste kop komt hij nergens doorheen. Op vrijdag om vier uur is hij al weg, niemand die hem tegenhoudt, wat je ook zegt. Toch is hij een fijne collega, dat staat vast, Sinterklaas wenst je een mooi pakjesfeest, geen last.
Traditioneel wel, in het klassieke AABB-schema (twee regels die op elkaar rijmen, dan de volgende twee). Het mag losser, maar rijm is wat een sinterklaasgedicht meteen herkenbaar maakt.
Voor een kind vaak 8 tot 12 regels, voor een collega of partner 16 tot 24 regels. Langer dan 28 regels wordt al snel saai om voor te lezen.
Ja, dat is juist de traditie, zolang het luchtig en liefdevol blijft. Plagen mag, kwetsen niet.
Herschrijf de hele regel met een ander eindwoord in plaats van een krom of verzonnen woord te forceren. Een half rijm dat natuurlijk klinkt is altijd beter dan een perfect rijm dat nergens op slaat.