Niet elk gedicht moet 24 regels hebben. Soms is korter juist beter.
Een kort sinterklaasgedicht van 8 tot 10 regels is niet een verlegen versie van een lang gedicht, het is een eigen vorm met eigen regels. Waar een lang gedicht ruimte heeft voor meerdere feiten en een opbouw, moet een kort gedicht in twee of drie rijmparen zijn punt maken. Dat vraagt om scherpere keuzes, niet om minder werk.
Bij kinderen tot een jaar of 8 houdt een kort gedicht de aandacht beter vast dan een lang verhaal.
Moet iedereen in de groep een gedicht krijgen? Dan is kort en to-the-point praktischer dan voor elke persoon 24 regels schrijven.
Een kort gedicht met één scherpe herkenning werkt beter dan een lang gedicht met vage, algemene regels.
Bij een lang gedicht kun je meerdere feiten over iemand verwerken. Bij een kort gedicht moet je kiezen: pak het meest herkenbare, specifieke detail dat je hebt, en werk dat helemaal uit in plaats van drie dingen half te noemen. "Houdt van lezen" is vlak, "leest zelfs op de wc nog een hoofdstuk" is een gedicht.
Input: "Voor mijn dochter Sophie, 6 jaar, houdt van eenhoorns"
Sinterklaas keek eens in zijn boek, bij Sophie's naam vond hij de hoek. Eenhoorns overal, op elke jurk en schoen, dit jaar mag er vast weer eentje bij, dat mag je doen. Lief en vrolijk, dat is wat je bent, Sinterklaas heeft jou heel goed gekend.
Meestal 8 tot 10 regels, ofwel twee tot drie rijmparen. Genoeg voor één duidelijke boodschap of grap.
Bij jonge kinderen, bij grote lootjesgroepen waar iedereen een gedicht krijgt, of simpelweg als je weinig tijd hebt.
Niet als je één goed, specifiek feit gebruikt in plaats van meerdere algemene. Eén scherpe herkenning werkt beter dan drie vage regels.