Het verschil tussen "hilarisch" en "au, dat deed pijn" zit in drie dingen.
De beste grappige sinterklaasgedichten gaan niet over algemene humor, maar over iets heel specifieks dat alleen bij deze ene persoon past. Hoe herkenbaarder de grap, hoe harder er gelachen wordt, ook door de persoon zelf.
Iets dat iedereen die de persoon kent meteen herkent: altijd te laat, verslaafd aan koffie, kan geen recept volgen zonder chaos te maken.
Maak het net iets groter dan de werkelijkheid. Niet "hij drinkt veel koffie" maar "hij heeft inmiddels een abonnement bij de cafetaria".
Sluit af met iets liefs, zodat de plaagstoot voelt als een knipoog en niet als een verwijt.
Plagen mag, kwetsen niet. Blijf weg van uiterlijk, geld, relaties, of iets dat de persoon dit jaar echt moeilijk vond. Een goede vuistregel: zou de persoon dit gedicht aan anderen willen voorlezen, of zou die het liever wegmoffelen? Alleen het eerste is een goed teken.
Input: "Voor mijn broer Niels, denkt dat hij goed kan zingen, is dat niet, zingt toch overal"
Sinterklaas hoorde tot in zijn boot, gezang uit de douche, akelig groot. Niels denkt dat hij zingt als een heuse tenor, de buren denken eerder: wat is dat voor? Toch stopt hij niet, op straat, op zijn fiets, zingend door het leven, wat je er ook van vindt. Blijf zingen, Niels, met of zonder toon, Sinterklaas geeft je dit jaar vast een oordopjeston.
Herkenning: een eigenaardigheid of gewoonte die iedereen bij die persoon meteen herkent, licht overdreven neergezet.
Plaag alleen met dingen die de persoon zelf ook grappig zou vinden, en vermijd onderwerpen die gevoelig liggen (uiterlijk, geld, relaties). Plagen mag, kwetsen niet.
Vaak beter, omdat het niet blijft hangen op één grap: het kan meerdere invalshoeken proberen en houdt het rijm overeind terwijl het plaagt.